Menu

Evaluatie en beoordeling

Tijdens de stage zullen leerresultaten binnen vier bekwaamheidsgebieden geëvalueerd en uiteindelijk beoordeeld worden:

  1. De brede professionele basis
  2. Pedagogisch bekwaam
  3. Vakinhoudelijk bekwaam
  4. Vakdidactisch bekwaam

Om leerresultaten zo optimaal mogelijk te laten zijn, delen we de stage op in verschillende periodes, met een daarbij behorende gesprekkencyclus. Tijdens deze periodes wordt een groeidossier (portfolio) bijgehouden. In dit dossier worden leerprocessen inzichtelijk, wordt feedback en feedforward gegeven en wordt bewijsmateriaal verzameld.

Oriëntatieperiode

De docent in opleiding krijgt gedurende een periode van twee weken de tijd om de algemeen geformuleerde leerresultaten van het instituut (HAN), te vertalen naar de context van de werkplek. In samenwerking met de werkplekbegeleider wordt aan de hand van de niveaubeschrijving van het instituut (HAN) leerdoelen geformuleerd, een plan van aanpak opgesteld en wordt het startgesprek voorbereid. Tijdens het startgesprek worden de leerdoelen en het plan van aanpak aan de schoolopleider en de instituutsopleider gepresenteerd. 

Van startgesprek naar tussenevaluatie

De docent in opleiding start met de uitvoering van het plan van aanpak en vraagt feedback en feedforward van verschillende personen (peers, collega’s, werkplekbegeleider of schoolopleider). Dit (leer)proces wordt vastgelegd in het groeidossier. De werkplekbegeleider bespreekt met de docent in opleiding de voortgang.

De docent in opleiding en de werkplekbegeleider bereiden de tussenevaluatie voor. Tijdens de tussenevaluatie worden de leerresultaten op beknopte wijze aan de schoolopleider en de instituutsopleider gepresenteerd. Samen wordt bekeken aan welke leerdoelen nog gewerkt moet worden. 

Van tussenevaluatie naar eindbeoordeling

Uitkomsten van de tussenevaluatie worden meegenomen in een nieuw plan van aanpak voor de laatste periode. De docent in opleiding start met de uitvoering van het plan van aanpak en vraagt feedback en feedforward van verschillende personen (peers, collega’s, werkplekbegeleider of schoolopleider). Wederom wordt alles vastgelegd in het groeidossier. De werkplekbegeleider bespreekt met de docent in opleiding de voortgang. De docent in opleiding maakt het groeidossier compleet en zorgt voor voldoende bewijsvoering in het groeidossier.

De docent in opleiding en de werkplekbegeleider bereiden de eindbeoordeling voor. Bij de eindbeoordeling wordt de balans opgemaakt en worden conclusies getrokken over leerdoelen en leerresultaten. Ook wordt gesproken over leerdoelen waar nog aan gewerkt mag worden. Op het instituut (HAN) zullen tijdens de integrale toets, bewijsstukken waar de docent in opleiding trots op is, worden gepresenteerd.

 

 

"Zelf ben ik een student die de neiging heeft om alleen naar de verbeterpunten in mijn lessen te kijken. Tijdens deze stage, door verschillende lesbezoeken, ben ik bewust gemaakt van de zaken die ik wel erg goed doe. Ik krijg de ruimte en de tijd om op mijn eigen tempo en mijn eigen manier aan mijn verbeterpunten te werken. Zelf zou ik snel al mijn punten van aandacht aan willen pakken in de lessen, maar ik word erop gewezen dat ik al erg goed bezig ben en dat ik niet te veel tegelijk moet willen verbeteren en doen."
Anne van Wijhe – werkplekleren 3.

"Ik ben zelf ontzettend tevreden over de begeleiding van mijn werkplekbegeleider. Allereerst maakt hij méér dan genoeg tijd voor me vrij en neemt hij mijn leerproces daarin erg serieus. Ik hoef nooit om tijd te vrágen en als dat sporadisch wel het geval is, is dat ook werkelijk geen probleem. Ten tweede vind ik dat ik zeer bruikbare feedback krijg, maar dat hij ook goed omgaat met feedback die ik aan hem geef. Zo heb ik een tijd terug aangegeven dat ik het prettig zou vinden om wat meer focus aan te brengen in de feedback, zodat ik gericht aan enkele punten kon werken in plaats van elke keer een hele lijst moest verwerken. Daar heeft hij heel begripvol op gereageerd en sindsdien werken wij ook op deze manier, die ik zelf heel prettig vind. Ten slotte is hij begaan met mij als persoon en houdt hij rekening met de manier waarop ik mezelf optimaal kan ontwikkelen. Zo is de afgelopen maanden gebleken dat ik meer dan kritisch ben op mezelf, waardoor ik er juist baat bij heb om te horen wat goed gaat. Deze punten zie ik zelf namelijk minder duidelijk, maar zijn ook relevant voor mijn ontwikkeling."
Renske Willems – KOP-opleiding semester 1.

"Tijdens een lesbezoek heb ik van mijn SO feedback gekregen op wat ik doe vanuit een ander perspectief dan mijn wpb dit doet. Mijn wpb ziet mij meerdere malen per week en kent mij in de samenwerking met de rest van het team beter dan de SO. Dit maakt dat ik op een andere manier nadenk over wat ik tijdens mijn lessen doe. De combinatie van deze verschillende visies op mijn handelen en werken tijdens de les, helpen mij om meer uit mijn lessen te halen en de studenten meer te kunnen bieden."
Anne van Wijhe – werkplekleren 3.