Menu
Ik wist niet dat het mbo zo leuk was!
15
nov

Ik wist niet dat het mbo zo leuk was!

15 november 2021

Werkplekleren in het mbo: “Ik wist niet dat het mbo zo leuk was!”

Ieder jaar starten kersverse studenten met een lerarenopleiding aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Maar past het vak van leraar nu écht bij ze? Dat  ontdekken ze tijdens hun eerste stage. Ze gaan aan de slag op een middelbare school of in het mbo-onderwijs, zoals bij Graafschap College of Rijn IJssel. Tijdens  Oriëntatie op het Beroep (OOB) leren ze over onderwijskunde. We spreken Marja Flipse, instituutsopleider, die ons meer vertelt over deze zogeheten OOB-groepen.

“In de OOB-groepen die we begeleiden op Rijn IJssel en Graafschap College zitten eerstejaars studenten van de HAN. Ze volgen allemaal een lerarenopleiding, zoals Geschiedenis, Nederlands, Engels of Wiskunde. Het is meestal een hele gemixte groep. Leuk voor de studenten, die zo ook studenten van andere opleidingen leren kennen. De nieuwe groepen zijn 11 november gestart. Op beide mbo-scholen lopen zo’n 28 studenten stage, twee dagen in de week”.

Vo vs. mbo

Het stagebureau van de HAN bepaalt waar de studenten stage gaan lopen. Ze kunnen een voorkeur opgeven. Maar ze worden wel zoveel mogelijk bij een opleidingsschool geplaatst, zoals A&A. Marja vertelt: “De meeste dio’s komen rechtstreeks vanaf de havo. Zij kunnen zich vaak niet goed voorstellen hoe het er op een mbo aan toegaat. Ze hebben er zelfs vaak een negatief beeld over en zouden liever stagelopen in het voortgezet onderwijs. Juist voor die studenten is stagelopen op het Graafschap College of Rijn IJssel erg blikverruimend. Na afloop hoor ik ze vaak zeggen: “Ik wist niet dat het mbo zo leuk was!”.

Een ingang vinden

Een van de redenen waarom het zo blikverruimend is, is volgens Marja de instelling van de mbo-studenten. “Zij gaan naar school om een beroep te leren, niet om Engels of Nederlands te leren. Je bereikt deze studenten dan ook via hun beroep. Je past je eigen vakgebied dus toe op hun beroep. Waar heb je bijvoorbeeld Nederlands of Engels voor nodig als Verpleegkundige? Heel anders dan in het vo, dus. Een voorbeeld: Voor een opleiding van Zorg en Welzijn hadden we een gastles van een docent Nederlands. De studenten moeten een bepaald protocol gebruiken in hun werk. Maar hoe lees je zo’n ingewikkeld document? Daar gingen ze in deze les mee aan de slag.”

Grote diversiteit

“Verder is het mbo een erg dynamische omgeving”, gaat Marja verder. “De doelgroep is heel divers. In het mbo bestaan natuurlijk vier niveaus. En er lopen studenten van tientallen opleidingen rond. Dat is heel anders dan bijvoorbeeld lesgeven in de bovenbouw van de havo. Die diversiteit in het mbo is heel leuk en dat merken de dio’s ook”.
 

Meer dan je vak

Het mbo bestaat uit meerdere domeinen en daaronder vallen onderwijsteams, zoals Verpleegkunde, Logistiek, Sport, Toerisme, Techniek en Mediavormgeving. De mbo-studenten van al die opleidingen volgen óók Nederlands, Engels, Wiskunde en Burgerschap. “Meestal kan een dio daarom wel meelopen met een docent in het vakgebied waarvoor ze leren. Maar dit jaar zijn er bijvoorbeeld extra veel studenten Engels. Het komt dan voor dat ze meelopen in een ander vakgebied. Maar dat vinden we niet erg. Het gaat er namelijk om dat ze kennismaken met het onderwijs op het mbo. En onderwijs is vakoverstijgend. Het kan ook juist verfrissend zijn om eens mee te kijken in een ander vakgebied. Daar groei je als dio alleen maar van, denk ik”, eindigt Marja.