Menu

Opleidingsschool A&A

Het partnerschap van de Opleidingsschool MBO Arnhem & Achterhoek leidt in gezamenlijkheid leraren op en maakt gebruik van de grote diversiteit aan leerplekken voor de docent in opleiding.

A&A leidt leraren op aansluitend op de bekwaamheidseisen voor docenten in opleiding. Binnen deze opleidingsschool wordt extra aandacht besteed aan het specifieke van het werken in het MBO.

Download onze flyer voor meer informatie

Onze visie

De volgende vier pijlers staan centraal binnen onze opleidingsschool:

Opleiden in diversiteit

Waarom vinden wij dit belangrijk?
Docenten in opleiding ontwikkelen een eigen beroepsidentiteit. 
Zij moeten kunnen aansluiten bij verschillende beroepen, verschillende niveaus, verschillende werkvelden. Kennismaken en leren in een brede context helpt hen die eigen identiteit te ontwikkelen. Dit komt tot uiting in ons onderwijs door studenten te laten ontdekken welke culturen, opleidingsdomeinen, onderwijsvisies, organisatievormen en didactiek er binnen de opleidingsschool  aanwezig zijn. Wij willen hen stimuleren om deze brede context te ontdekken en te onderzoeken. 

Hoe geven wij dit vorm?
Tijdens het werkplekleren maken studenten niet alleen kennis met de opleiding waarin zij stage lopen, maar voeren ook lesbezoeken en BPV bezoeken uit met studenten in andere teams/clusters/opleidingen. Zij werken daarvoor samen in peergroepen. 

Voorbeelden:

  • In het eerste jaar werken studenten samen in peergroepen aan een brede kennismaking met het mbo. Zij onderzoeken de diversiteit in het mbo door activiteiten (observaties, interviews) op andere locaties, in andere opleidingen en binnen andere teams uit te voeren. Zo maken zij kennis  met de verschillende taken van de mbo docent (Kwalificatiedossier van de mbo docent). Zij volgen gezamenlijk het vak onderwijskunde dat op de opleidingsschool wordt gegeven en leren zo te midden van hun werk- en onderzoeksgebied.  
  • In het tweede en derde jaar focussen studenten zich op de uitvoering van lessen, de begeleiding van mbo studenten (o.a. BPV) en tijdens de peergroep bijeenkomsten wordt de beroepspraktijk onderzocht met behulp van leerwerktaken, geven studenten feedback op elkaars lessen en voeren met elkaar projecten uit. Uitwisseling met andere vakgebieden en opleidingen komt in de peergroepen tot stand en zorgt ervoor dat je de diversiteit van je vak binnen het mbo kunt onderzoeken. 
  • In het vierde jaar voeren studenten alle rollen van de mbo docent uit (slb, BPV, mede uitvoering van examinering. De vierdejaars student  begeleidt een peergroep.

Wat onze studenten zeggen over leren in diversiteit >

Zelfregulatie

Waarom vinden wij dit belangrijk?
Wij willen graag dat studenten vormgevers zijn van hun eigen leerproces zodat zij weten hoe zij willen leren en via welk pad zij bij het doel kunnen komen zodat zij in staat zijn om te vorm geven aan hun loopbaanontwikkeling.  Daarvoor is eigenaarschap en zelfregie nodig. Voor het nemen van regie over je eigen leerproces is sturing en begeleiding van opleiders nodig. Zij sturen studenten in het leren nemen van zelfregie en stimuleren een onderzoekende wijze van leren en lef en zelfvertrouwen bij de student. 
Zij beogen veranderingen te stimuleren bij de student zodat deze in staat is om eigen overtuigingen, relevante theorie, kennis en vaardigheden zo te integreren dat de student kan ingroeien in het beroep. 

Hoe geven wij dit vorm?
Studenten werken ontwikkelingsgericht vanuit eigen leerdoelen. Door samenwerking en intervisie met peers in verschillende fasen van de opleiding en door begeleiding van werkplekbegeleiders en het team, reflecteren zij op hun handelen en ontwikkeling. Het proces met peers wordt gemonitord door een werkplekbegeleider/schoolopleider. Studenten betrekken zelfstandig anderen in de opleidingsschool bij hun leerproces.  
Hun leerproces beschrijven zij in de zelfevaluatie van de beoordeling waarbij zij ook reflecteren op de manier waarop zij regie hebben gegeven aan hun eigen leren. 

Voorbeelden:

  • Eerste jaars studenten werken in peergroepen samen vierdejaars studenten waarbij de vierdejaars student de rol van begeleider/coach aanneemt en verantwoordelijk is voor het leerproces in de peergroep. 
  • Eerste jaars studenten vanuit verschillende vakrichtingen werken samen in het werkplekleren. 
  • Een tweede-, derde- en vierde jaarstudent vormt samen met startende docent een peergroep. 
  • In alle peergroepen wordt peerfeedback ingezet als middel om met en van elkaar te leren.

Wat onze studenten zeggen over zelfregulatie >

Verbinding van theorie aan de praktijk

Waarom vinden wij dit belangrijk?
Om de eigen onderwijspraktijk te verbeteren is het belangrijk dat studenten leren om hun eigen onderwijspraktijk te onderzoeken. Bewustwording en de intentie tot een andere manier van handelen zullen hierdoor worden gestimuleerd. Wij willen studenten met deze onderzoekende blik naar hun onderwijs laten kijken. Het delen van deze kennis met elkaar en met anderen binnen de school, stimuleert een onderzoekscultuur die gericht is op het vergroten van de kwaliteit van ons onderwijs.

Hoe geven wij dit vorm?
Het koppelen van de praktijk aan theorie wordt tijdens het werkplekleren gestimuleerd in begeleidingsgesprekken met werkplekbegeleiders of andere collega’s. Werkplekbegeleiders gebruiken hiervoor de koppelkaart in hun gesprekken met studenten. 
Leren met en van elkaar vindt plaats in de peergroepen doordat studenten samen op zoek gaan naar relevante literatuur om hun leerdoelen te bereiken. In de peergroepen verdiepen studenten zich gezamenlijk in theorie aan de hand van hun leerdoelen maar ook bij het werken aan leerwerktaken. 

Gedurende de opleiding voeren studenten steeds grotere onderzoeks matige taken uit die uitmonden in het praktijkgericht onderzoek in jaar 4. Zij kunnen voor ondersteuning, begeleiding en intervisie deelnemen aan een onderzoekskring (met mede studenten en onderzoeksbegeleiders) of aan het onderzoeksplatform (met onderzoeks docenten en mede studenten onder leiding van een docent-onderzoeker) die verbonden is aan de opleidingsschool.

Voorbeelden:

  • In beide mbo scholen zijn onderzoeksbegeleiders opgeleid om studenten te begeleiden in de onderzoekskringen. Kennis en resultaten worden hier met elkaar gedeeld.
  • Op beide mbo scholen is een onderzoeksplatform aanwezig dat wordt begeleid door dezelfde docent-onderzoeker. Aan dit platform nemen zowel onderzoekende docenten als studenten deel. 
  • Onderzoeksresultaten van docenten en studenten worden met elkaar gedeeld tijdens een jaarlijks Kennisdelingsevent. 

Wat onze studenten zeggen over de verbinding van theorie aan de praktijk >

Onderzoekende houding

Waarom vinden wij dit belangrijk?
In onze school leiden wij studenten op tot startbekwame docenten. Om te blijven leren in een snel veranderende samenleving en mbo beroepenveld willen wij studenten stimuleren veranderingen te volgen en mede vorm te geven. Wij willen een beroepshouding stimuleren waarin onze studenten met een nieuwsgierige en kritische blik en in samenhang met het mbo beroepenveld, acteren op wat nodig en relevant is. Met een onderzoekende houding bedoelen wij: willen weten, willen bereiken, willen vernieuwen, willen delen. In de opleidingsschool willen wij dat onze studenten voorleven.

Hoe geven wij dit vorm?
In de opleidingsschool werken wij veel met intervisie. Intervisie tussen werkplekbegeleiders, intervisie tussen schoolopleiders en instituutsopleiders; intervisie tussen onderzoeks docenten en intervisie tussen aankomend docenten. In de peergroepen wordt intervisie tussen peers ingezet. Reflectie; het delen van ervaringen  en het gesprek daarover staat centraal. Docenten in opleiding onderzoeken de praktijk bijvoorbeeld met behulp van leerwerktaken. Een gezamenlijke zoektocht naar ondersteunende literatuur versterkt de verbinding tussen theorie en praktijk.

Hun leerproces beschrijven zij in de zelfevaluatie van de beoordeling waarbij zij ook reflecteren op de ontwikkeling van een onderzoekende houding.

Voorbeelden:

  • Frequentie intervisie tussen werkplekbegeleiders (3 maal per jaar)
  • Frequentie intervisie tussen SO’s/IO’s (1 maal in 3 maanden)
  • Frequentie intervisie onderzoeksdocenten (3 maal per jaar)
  • Frequentie intervisie peers in peergroepen (4 maal per kwartaal)

Wat onze studenten zeggen over onderzoek >