Peergroepen onderzocht: "Ik gun het mbo om op een evidence-informed manier te werken"
16 juni 2025Sinds 2021 zet onze opleidingsschool peergroepen in waarin docenten-in-opleiding (dio’s) onder begeleiding samen leren en zich professioneel ontwikkelen. Omdat we willen weten hoe peergroepen kunnen bijdragen aan leren met elkaar, ter bevordering van een brede professionele basis. Daarom doen we onderzoek naar welke werkwijzen dit bevorderen. Onderzoekers Jeltje Kok (Rijn IJssel) en Anne Khaled (lectoraat responsief beroepsonderwijs, HAN) onderzoeken de peergroepen en bieden een kijkje achter de schermen.
Leren ván en mét elkaar
Jeltje Kok is sinds 2022 betrokken bij het project en begeleidt de peergroepbegeleiders (pgb’s, ook wel: procesbegeleiders genoemd) in het vinden van hun rol. Anne Khaled sloot aan in 2023 omdat ze onderzoek doet naar o.a. stages. Eerdere evaluaties lieten zien dat peergroepen bijdragen aan het leren, maar dat leren ván en vooral mét elkaar niet verder ging dat het uitwisselen van ervaringen. Een vervolgvraag kon dus niet uitblijven: hoe kun je dat meer diepgang geven en meer leren met elkaar?
Anne legt het verschil tussen leren van en met elkaar uit: “Als je leert van elkaar, is het meer eenrichtingsverkeer. De een doet iets of vertelt iets en de ander herkent dat en gaat er zijn of haar eigen kant mee op. Bij leren met elkaar creëer je iets waarbij je je kwetsbaar opstelt. Je laat anderen kritische vragen stellen en komt zo gezamenlijk tot nieuwe inzichten en kennis. Het is een wederkerig proces."
Waarderend onderzoek
Het afgelopen jaar voerden de onderzoekers samen met de pgb’s een waarderend onderzoek uit. Daarbij staat centraal wat er al wél goed gaat en welke processen je wilt versterken. Ook draait het erom de belanghebbenden actief te betrekken in het proces en samen tot nieuwe inzichten te komen. Dit gebeurt in een cyclus van vijf stappen: ontdekken, dromen, ontwerpen, inzetten en formuleren van inzichten. De onderzoekers organiseerden hiervoor elke maand een bijeenkomst met de pgb’s. Jeltje als begeleider en Anne wat meer op afstand.
“We hebben eerst onderzocht welke werkwijzen zouden kunnen werken in de peergroepen, welke theorieën er zijn en op welke ervaringen we willen voortbouwen”, legt Anne uit. “Daarna hebben we met allemaal attributen gevisualiseerd hoe dat er uit zou moeten zien en gesprekken gevoerd: wat voor werkwijze is het en hoe zouden we die kunnen bevorderen?”
Werkwijzen in de praktijk
De werkwijzen die uit de voorgaande stappen naar voren kwamen werden vervolgens in de praktijk gebracht. “Vanaf november zijn we verschillende werkwijzen gaan uitproberen en daar iedere bijeenkomst reflecterend op teruggekomen”, vertelt Jeltje. “Vervolgens hebben we alle werkwijzen nog eens naast elkaar gelegd om te kijken hoe vaak ze zijn uitgeprobeerd en hoe ze werden gewaardeerd door dio’s en pgb’s.” Anne vult aan: “We hebben ook onderzocht wáárom bepaalde werkwijzen waardevol zijn en waar ze toe leiden. We zien namelijk vaak dat wat je van tevoren hebt bedacht niet per se zo hoeft te werken. Er zit soms een groot verschil tussen het ontwerp en de uitvoering.”
De eerste resultaten
Ondertussen zijn de eerste uitkomsten van het onderzoek bekend. Jeltje: “Er zijn een paar werkwijzen die leren mét elkaar inderdaad stimuleren. Maar”, nuanceert ze, “hoewel je veel werkwijzen kunt inzetten om met en van elkaar te leren, hangt het effect erg af van hoe je het inzet als begeleider.” Het viel tijdens de evaluatie op dat dio’s het soms moeilijk vinden om te benoemen wat ze hebben geleerd tijdens een sessie. De pgb’s willen daarom nog sterker inzetten op het nabespreken van wat ze hebben geleerd met de studenten.
Ook worden werkwijzen verschillend beoordeeld door dio’s en pgb’s. De studenten zijn overtuigd van de meerwaarde van video-coaching, een methode genaamd de brug, en werkvormen en casussen bespreken. De pgb’ers hebben hier een minder sterk oordeel over, met name over video-coaching. Jeltje: “Maar dat kan ook gewoon zijn omdat ze het nog niet weten. Als ze het niet nabesproken hebben aan het einde van de sessie dan weten ze ook niet wat het effect is.”
Anne: “De pgb’ers gaven aan dat het proces van het waarderend onderzoek hen veel heeft geleerd over hun rol in de peergroep, maar dat het ook taai was. Dat is ook een inzicht: leren is niet altijd leuk en makkelijk. Maar juist op momenten dat het schuurt, leer je.”
Niet alleen voor dio’s
Juist in het mbo zijn peergroepen volgens de twee onderzoekers van meerwaarde, omdat het zo anders is opgezet dan het voortgezet onderwijs. Jeltje: “De leeftijdsgroep is anders, de manier van leren is anders, er zijn geen vaste vakken en het is beroepsgericht. Lerarenopleidingen richten zich vooral op het voortgezet onderwijs, dus is het heel waardevol om extra leermomenten te hebben over didactiek en lesgeven op het mbo.” Anne vult aan: “We denken dat de hele infrastructuur die er al ligt voor peergroepen niet alleen interessant is voor dio’s, maar ook voor andere collega’s. Je kunt op heel veel manieren docent worden in het mbo, ook zonder zware lerarenopleiding. Dus het is altijd een mooie aanvulling.”
Onderzoek naar het mbo
Tot slot benadrukken Anne en Jeltje het nut van onderzoek naar het mbo. Jeltje: “Onderzoek doen is hier een ondergewaardeerde leervorm. Ik zou het heel mooi vinden als er vaker voortgeborduurd wordt op wat er geleerd is tijdens het vorige jaar zodat je verder komt, zodat je blijft professionaliseren. Ik gun het mbo om op een evidence-informed manier te werken.” Anne sluit zich daar volledig bij aan: “Voor je het weet verdwijnt onderzoek van het mbo weer. Ik ben blij dat er bij A&A veel aandacht is voor mbo-docenten, want die mogen echt meer worden ondersteund.”