Menu
19
feb

Onderwijskunde: het perspectief van de dio

19 februari 2026

Binnen onze opleidingsschool zijn we op dit moment druk bezig om het vak onderwijskunde verder te ontwikkelen. Onder andere werken we het tweede jaar op rij met leeruitkomsten als beoordelingsvorm. Dat is nieuw voor begeleiders, maar ook voor de studenten. Daarom vragen we deze keer aan twee eerstejaars docenten-in-opleiding (dio’s): hoe bevalt onderwijskunde en hoe is het om met leeruitkomsten te werken? Yanna Hobbelen en Cagla Simsek staan ons te woord.

Yanna en Cagla volgen allebei de opleiding tot docent geschiedenis aan de HAN en lopen nu stage bij A&A: Yanna bij Rijn IJssel en Cagla bij het Graafschap College. Yanna vertelt: “Ik geef het vak burgerschap bij Zorg & Welzijn. Ik loop mee met de burgerschapdocent in alle verschillende klassen. Dat is heel afwisselend.” Ook Cagla geeft het vak burgerschap, maar dan bij de sector economie. “Ik geef voornamelijk les aan twee klassen die de opleiding tot boekhouder volgen. Eerst keek ik er een beetje tegenop om op het mbo les te geven, maar zowel de studenten als docenten zijn heel leuk.” 

Afwisselend programma
Cagla vertelt hoe onderwijskunde eruitziet: “Elke week bezoeken we een ander cluster. Hierdoor krijgen we een goed beeld van hoe breed het mbo is. In de ochtend beginnen we altijd met theorie en ’s middags is er vaak een rondleiding en een middagprogramma. Vorige week waren we bijvoorbeeld op bezoek bij Mijn School van het Graafschap College. Daar krijgen studenten begeleiding op maat, als ze door persoonlijke omstandigheden geen regulier onderwijs kunnen volgen. En in de middag kregen we een drama-les. Onderwijskunde is iedere keer weer anders.”

Theorie die aansluit op de praktijk
De dio’s vertellen dat de theorie door de herhaling tijdens de lessen goed blijft hangen. Cagla geeft een paar voorbeelden: “Neem het ARC-model. Daarvan zei onze docent Astrid Snel dat je het zo uit je mouw moet kunnen schudden. En dat kan ik nu. Of de Roos van Leary. Ik had daar nog nooit van gehoord, maar dat is me wel bijgebleven.” Yanna kijkt al uit naar volgende week: “Dan leren we hoe je een les opbouwt en welke werkvormen je allemaal kunt inzetten. Ik denk dat ik daar veel aan zal hebben.“

Gluren bij de buren
Daarnaast is er de mogelijkheid om een dagje te ‘gluren bij de buren’. Yanna: “Je kunt één dag stagelopen op een andere locatie, in mijn geval op Mijn School. Ik heb zelf ADD en heb ook op het mbo gezeten, maar heb daar niet altijd de juiste begeleiding gehad. Ik vind het daarom heel interessant hoe ze jongeren met een rugzakje helpen en wil hier graag meer over te weten komen.”

Wennen aan de leeruitkomsten
Het werken met leeruitkomsten (LUKs) was voor beide dio’s even wennen aan het begin. Cagla legt uit: “Er zijn er meerdere, en per LUK moet je opdrachten doen. Dat was in het begin een beetje onduidelijk. Maar op zich begrijp ik wel wat de verschillende leeruitkomsten zijn, waarom ze belangrijk zijn en wat ik per LUK moet doen.“ Dat geldt ook voor Yanna. Alleen het e-Journal waarin ze alle opdrachten moeten bijhouden vinden ze soms ingewikkeld. Het kost wat tijd om dit nieuwe platform onder de knie te krijgen.

Leeruitkomsten aantonen
Daarnaast moeten de dio’s zelf leerdoelen opstellen binnen de LUKs en aantonen hoe ze hieraan werken. Yanna vertelt: “Als de leeruitkomst oriëntatie op het beroep leraar is, kun je bijvoorbeeld open dagen bezoeken en een reflectieverslag schrijven over hoe het lesgeven bevalt. Maar niet alles binnen de leeruitkomsten is even makkelijk aan te tonen. Een van mijn leerdoelen is bijvoorbeeld om minder kritisch op mijzelf te zijn. Ik doe het nu zo, dat ik hier veel met mijn werkplekbegeleider over praat. Die schrijft een verslag met mijn vorderingen, dat ik vervolgens kan gebruiken.”

Veel afwisseling en vrijheid
Al met al zijn de dio’s erg te spreken over onderwijskunde, vooral door de afwisseling, de ruimte om feedback te geven en de mogelijkheid om zelf richting te geven. Cagla: “Dit geldt zelfs voor stagekeuzeopdrachten. Als je een manier verzint om een LUK beter aan te tonen, mag je die in overleg als vervangende opdracht uitvoeren.” Yanna sluit hierbij aan: “Die vrijheid maakt het erg leuk. Ook de diversiteit van de scholen en de gesprekken met medestudenten en docenten zijn erg fijn. Je krijgt gewoon goed zicht op het docentschap in het mbo.”