Uitwisseling UCLL Leuven: nieuw perspectief op zij-instroom
24 februari 2025Op 17 februari bezochten we als opleidingsschool de University Colleges Leuven-Limburg (UCLL). Anke Bakker en Sander Berendsen (lerarenopleiders aan de HAN), Albert-Jan Aartsen (schoolopleider aan het Rijn IJssel) en Dirkje Zwama (programmaleider A&A) begeleidden de docenten-in-opleiding. Samen vertellen ze over hun ervaringen en wat het bezoek heeft opgeleverd.
De Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) heeft al jaren contact met de Katholieke Universiteit Leuven, maar dit jaar zijn ze voor het eerst op bezoek bij de UCLL. Anke vertelt: “De lerarenopleidingen van UCLL sluiten ook goed aan bij onze opleidingsschool, dus hebben we het initiatief genomen tot een uitwisseling. In november zijn de UCLL-studenten voor het eerst bij ons geweest om te zien hoe we het werkplekleren vormgeven aan de Opleidingsschool A&A. Albert-Jan en Dirkje waren bij de workshops betrokken en iedereen was zo enthousiast, dat het idee ontstond om ook een kijkje te nemen bij UCLL.”
Welzijn van student én docent
Albert-Jan: “Ik was nieuwsgierig hoe docenten worden opgeleid in België. Ik wilde me laten inspireren door wat ze daar anders doen. Ik vond het bijvoorbeeld positief dat ze aan de UCLL veel aandacht hebben voor het welzijn van studenten én docenten. Ze hebben ook trajectbegeleiders voor docenten die al langere tijd werken. Want ook als ervaren docent kun je een lastige groep hebben waar je ondersteuning bij kunt gebruiken.”
Tijdens de uitwisseling was er tijd ingeruimd voor een bezoek aan het praktijkonderwijs op een (v)mbo-school. Ook hier ging het over studentenwelzijn. Dirkje vertelt: “Op deze school staat altijd een aantal docenten in de startblokken om extra begeleiding te geven tijdens een crisis. De desbetreffende student wordt dan uit de les gehaald en naar een ‘time-out-ruimte’ gebracht. Daar worden ze bewust even met rust gelaten om te kalmeren voordat ze het gesprek aangaan. Dat was interessant om te zien, want vaak heb je tijdens een crisis de neiging om meteen te interveniëren. Bij ons in Nederland is het anders geregeld, omdat we een ondersteuningsstructuur met meer afstand hebben.”
Nieuwe perspectieven
Het bezoek bracht ook andere inzichten mee. Anke: “Het was interessant dat ze in Leuven bepaalde onderwerpen in een andere context behandelen. Bijvoorbeeld taalondersteunend lesgeven. Als docent moet je je ervan bewust zijn dat taal belangrijk is. Je denkt al snel dat je opdracht heel duidelijk is, maar leest een leerling hetzelfde erin? Het kan zijn dat je leerlingen niet meekomen, niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat ze de opdracht niet begrijpen. Ik vond het vernieuwend om dit vanuit het perspectief van taal te bekijken.”
Begeleiding van zij-instromers
Verder was een onderzoek over het integreren van zij-instromers in het onderwijs erg leerzaam. Albert-Jan: “Vaak zijn dit al wat oudere studenten, zo rond de 30-35 jaar. Die worden door collega-docenten meestal niet herkend als beginnend docent. Zij worden dan als ervaren docent behandeld door collega’s en dat kan uitdagend zijn. De zij-instromers die mee waren op uitwisseling vonden dat heel herkenbaar. Daar mogen wij nog meer aandacht voor hebben.”
“Verder vertelde een zij-instromer die ambulancemedewerker was geweest, dat ze sterk moest wennen aan haar nieuwe identiteit als leraar. Voor veel ambulancezorgprofessionals is humor tijdens het werk belangrijk, onder andere om de heftige gebeurtenissen een plek te geven. Dezelfde grappen sloegen echter niet aan bij haar docententeam, en daar moest ze zich op aanpassen. Als zij-instromer kun je te maken krijgen met een cultuurschok. Dankzij dit bezoek zijn we ons daar nu meer van bewust.”
Concreet aan de slag
Dirkje besluit: “De begeleiding van zij-instromers was echt een eyeopener. Deze studenten starten aan de opleiding met de nodige ervaring. We moeten daar als opleidingsschool meer waardering voor hebben en ze in hun kracht zetten. We hebben onlangs een evaluatie gedaan onder startende docenten, waaronder ook zij-instromers. Samen met de kennis die we in Leuven hebben opgedaan, gaan we nu een concreet plan uitwerken om onze begeleiding beter te laten aansluiten op zij-instromers.”